Cypripedium
De Cypripediums ogen kwetsbaar, maar het zijn echt stoere tuinplanten! Cypripediums worden ook wel het Vrouwenschoentje genoemd. Hun fraaie uiterlijk geeft de planten iets exotisch en fragiel, maar het zijn echt stoere tuinplanten. De Cypripediums zijn over het hele Noordelijk half rond gevonden. Van vlak bij de Noord Poolcirkel (cypripedium calceolus en cypripedium passerinum) tot diep in het zuiden (Cypripedium irapeanum). In de Shop is het merendeel van ons assortiment cypripediums te koop. Het zijn over het algemeen wel schaduw planten die van een luchtige grond structuur houden. Met een aantal kleine aanpassingen in de tuin zijn soorten als o.a. de Cypripedium reginae en Cypripedium flavum makkelijk te kweken. En eenmaal door hun schoonheid verleid is de stap naar de wat moeilijkere soorten ook niet meer zo groot.

Bletilla
Dit is een van de oudste tuinorchideeën soorten, die vanuit Japan naar Nederland veelal als bloeibare knollen worden ingevoerd. Wil zijn vader teelde ze 50 jaar geleden al min of meer voor de lol in een stekkasje. Meestal worden ze als oeverplant verkocht, maar volgens ons prefereert de paarse variëteit toch een wat drogere humusrijke grond en een plek met lichte schaduw. Het eerste jaar bloeien deze knollen meestal wel maar daarna moeten ze eerst goed gegroeid zijn om weer bloeibare uitlopers te geven. In de volle grond overwinteren ze goed. In de pot kunnen ze bij temperaturen van min 10 graden bevriezen.

Dactylorhiza
Dactylorhiza’s zijn gemakkelijk onderling te kruisen. Daarom bestaan er zeer veel variëteiten van deze plantensoort. Dactylorhiza’s hebben vingervormige knollen. De meeste variëteiten groeien het best op vochtige of zelfs op zeer natte standplaatsen. Ze vermeerderen gemakkelijk via nieuwe groeipunten en zaaien ook wel uit.

De hoofdkleur is paars hoewel er ook witte en gele variëteiten bestaan. De Nederlandse benaming van de meeste variëteiten worden met achtervoegsel orchis aangeduid. Dit komt nog van vroeger toen er nog geen onderscheid gemaakt werd tussen de orchissoorten en de dactylorhiza’s.

Pleione
Van oorsprong komt de Pleione voor in Zuid-Oost Azië, van Nepal oostwaarts tot Taiwan en van Centraal China zuidwaarts tot Birma. Er zijn maar een 15-tal wilde variëteiten van deze soort bekend. Alleen de Pleione limprichtii is voldoende winterhard en overleeft strenge winters. De Pleione formosana kan onze winters meestal wel overleven, maar dan moeten de bulben wel onder de grond zitten. Ook mag de standplaats niet voortdurend te nat zijn, bijvoorbeeld als de planten onder een grote boom staan. De Pleione heeft pseudobulben van 2,5 tot 4 cm en vormt in het voorjaar eerst een prachtige bloem en later 1 blad. In onze tuin staan ze in de schaduw en verrassen ze ons elk jaar weer met de vroege paarse bloemen (april). De bodem moet goed vochtdoorlatend zijn. In het wild vind men ze op rotsbodems met wat humushoudende holtes. Wij poten ze in een mengsel van turf, zand, klei en kleine steentjes. Voor ons is deze soort ondanks lang aarzelen een nieuwe uitdaging geworden en het proberen zeker waard.

Habenaria
Habenaria is een geslacht met ongeveer 700 soorten orchideeën van de onderfamilie Orchidoideae. Het is één van de grootste orchideeëngeslachten. Het zijn kruidachtige, terrestrische orchideeën. Ze zijn wereldwijd verspreid, zowel in tropische als in gematigde klimaatzones. Het soort dat wij verkopen Habenaria radiata wordt slechts 15 cm groot, met schitterende kleine bloemen van een paar centimeter. De knolletjes zijn niet winterhard en moeten droog overwinteren.

Spiranthus
De Herfstschroeforchis komt voor in Europa, Noord Amerika, Noord-Afrika, Kaukasus en Noord-Iran. In Nederland erg zeldzaam. Wij hebben 1 soort in de aanbieding. Een Amerikaanse variëteit de spirantus cernua die bloeit in de herfst.

Calanthe
De ongeveer 188 soorten komen oorspronkelijk uit Oost- en Zuid-Azië, Midden-Amerika, tropisch Afrika en Australië. De meeste soorten komen in Azië voor en groeien in zowel een tropisch, subtropisch als gematigd
klimaat. De geslachtsnaam is een samenstelling van de Griekse woorden kalos (mooi) en anthos (bloem).
Het geslacht bestaat uit zowel epifyten als aardorchideeën. Sommige soorten zijn bladverliezend en hebben een wortelstok met een bebladerde centrale stengel. De bloeistengel begint aan de basis van de wortelstok of bladeren. Andere soorten behouden hun blad en hebben vrij grote schijnknollen met twee of vier bladeren met korte bladsteel die aan de basis van de schijnknol ontspruiten. Wij hebben op dit moment vele soorten die in onze tuin elk jaar bloeien. In het voorjaar van 2017 komen nog enkele kruisingen in de verkoop.

Epipactis
De Epipactis komt alleen op het noordelijk halfrond voor. De soort die het meest voorkomt, is de Breedbladige Wespenorchis (Epipactis helleborine). Veel mensen hebben een bepaald beeld van hoe een orchidee eruit ziet; de bloem van de Epipactis sluit nog het best aan bij dit beeld. Hoewel ze soms, zoals de Moeraswespenorchis (Epipactis palustris) klein zijn en een beetje naar beneden kunnen hangen. Wij verkopen vier soorten: de Moeraswespenorchis,  de Grote Wespenorchis, een kruising tussen deze twee, namelijk de Epipactis ‘Sabine’ en de Epipactis royleana. De vermeerdering bij ons gebeurt via wortelstokken, omdat het uitzaaien in het laboratorium nog niet zo makkelijk gaat.