Van oorsprong komt de Pleione voor in Zuid-Oost Azië, van Nepal oostwaarts tot Taiwan en van Centraal China zuidwaarts tot Burma. Er zijn maar een 15-tal species van deze soort bekend. Alleen de Pleione limprichtii is voldoende winterhard en overleeft strenge winters. De Pleione formosana kan onze winters meestal wel overleven, mits de bulben onder de grond zitten en de plaats niet doorlopend te nat is b.v. onder een grote boom. De Pleione heeft pseudobulben van 2,5 tot 4 cm en vormt in het voorjaar eerst een prachtige bloem en later 1 blad. In onze tuin staan ze in de schaduw en verassen ze ons elk jaar weer met de vroege paarse bloemen (april). De bodem moet goed vochtdoorlatend zijn. In het wild vind men ze op rotsbodems met wat humushoudende holtes. Wij poten ze in een mengsel van turf, zand, klei en kleine steentjes. Voor ons is deze soort ondanks lang aarzelen een nieuwe uitdaging geworden en het proberen zeker waard.
De pleione formosana is eigenlijk het mooist als er een 10 tal in een schaal staan, die je in de winter droog en vorstvrij weg kan zetten. De bulben kan je ook droog wegleggen, liefst vorstvrij in bijvoorbeeld de groentenla van de koelkast. Ze worden per knol verkocht.
Sinds kort hebben we een nieuwe variant uit China die tot -/- 20 graden Celsius buiten kan staan. Is wel een stuk duurder.
Beoordelingen
Er zijn nog geen beoordelingen.